Flagside.football
Illustration: plain scarves hung over a barrier on an empty terrace, drawn in heavy ink over halftone texture.
AI illustration

Pelé: de spits die eigenlijk geen spits was

Pelé wordt in het collectieve geheugen vooral herinnerd als doelpuntenmachine, maar dat doet hem tekort. Zijn eigen grootste kwaliteit lag niet in de zestien, maar net erachter, als schaduwspits die alles kon: lopen, koppen, schieten, aanvoeren.

Flagside-redactie·Gepubliceerd ·3 MIN LEESTIJD

Geschreven met AI en vóór publicatie automatisch gecontroleerd. Zo werken wij

Geen 9, geen 10, iets ertussenin

Pelé zelf noemde zijn rol achter de spits zijn beste positie, niet die van de klassieke nummer 9 waar de geschiedenisboeken hem vaak neerzetten. Dat maakt hem lastig te vangen in een systeem met vaste rugnummers. Hij kon de diepte in met een snelheid die verdedigers op het verkeerde been zette, maar hij kon net zo makkelijk tien meter terugzakken en het spel bouwen. Een man-dekker uitschakelen lukte zelden, want zodra je hem volgde, liep hij een bocht die juist ruimte voor een ploeggenoot opende.

Compleetheid op elk vlak

Wat Pelé onderscheidt van de meeste grootheden na hem, is de breedte van zijn spel. Twee goede voeten, een kopbalspel dat op het hoogste toneel besliste, controle, dribbel, inzicht en zelfs defensieve arbeid die niet ver onder het niveau van een moderne pressingspeler als Thomas Müller lag. Zijn enige relatieve zwakte was de lange, verticale pass zoals spelers als Kevin De Bruyne, Michel Platini of Andrea Pirlo die later tot kunst verhieven. Voor een speler die in de jaren vijftig en zestig speelde, met minder bescherming van scheidsrechters en zwaardere ballen, is dat een merkwaardig kleine smet.

De finale van 1970: het bewijs voorbij zijn piek

De WK-finale van 1970 tegen Italië in het Estadio Azteca blijft het duidelijkste bewijs. Pelé werd voor het toernooi nog getwijfeld, fysiek niet meer de snelste van zijn generatie, maar opende de score met een kopbal die inmiddels tot de iconen van het toernooi behoort en legde daarna met een assist, eveneens met het hoofd, de vierde treffer van Jairzinho klaar. Brazilië werd wereldkampioen en Pelé deed dat niet met snelheid, maar met leesvermogen van het spel.

Hij maakte anderen beter, niet andersom

Een patroon dat opvalt bij Pelé is dat zijn ploeggenoten met hem speelden boven hun eigen niveau en zonder hem zelden terugkeerden naar die hoogte. Jairzinho en Rivellino bereikten hun absolute top met Pelé naast zich op het veld. Dat is een ander mechanisme dan bij latere grootheden als Lionel Messi, Cristiano Ronaldo of Zinédine Zidane, waarbij ploeggenoten vaak juist offers moesten brengen om de ster te laten schitteren. Pelé had minder dekking nodig dan andere topspelers, simpelweg omdat zijn intelligentie het overbodig maakte om hem met twee man te volgen. Dat gaf de rest van het veld extra ruimte, en die ruimte gebruikte hij weer om zijn medespelers in stelling te brengen.

De cijfers die het onderbouwen

Pelé speelde in zijn loopbaan ongeveer 851 wedstrijden in competitieverband, waarvan hij er slechts 145 verloor. Dat betekent winst of gelijkspel in zo'n 83 procent van zijn duels, een verhouding die nauwelijks door een andere speler uit de geschiedenis wordt geëvenaard. Een ploeg met Pelé in de basis pakte in iets meer dan 51 procent van de gevallen een prijs, bijna een muntworp die structureel in zijn voordeel uitviel. En dat bij Santos, een club die zonder hem nooit in de buurt kwam van het niveau dat het mét hem haalde, en bij Brazilië, dat weliswaar ook zonder hem ooit een WK won, maar duidelijk zwakker oogde als hij er niet bij was.

De mythe van Europa

De gedachte dat Pelé nooit in Europa speelde en daardoor minder bewezen zou zijn, houdt geen stand. Op zijn tournees met Santos kwam hij tot zo'n 143 wedstrijden tegen Europese clubs, met ongeveer 153 doelpunten en 39 assists, cijfers die ruimschoots voorbij de symbolische vriendschappelijke status gaan. Europa heeft hem nooit structureel tegengekomen, maar de beschikbare duels laten zien dat hij daar vermoedelijk net zo dominant was geweest als in Zuid-Amerika.

YOUR CALL

Zou Pelé als schaduwspits in het moderne voetbal net zo dominant zijn geweest?

Comments

Loading comments…

Share this story

Pelé wordt in het collectieve geheugen vooral herinnerd als doelpuntenmachine, maar dat doet hem tekort. Zijn eigen grootste kwaliteit lag niet in de zestien, maar net erachter, als schaduwspits die alles kon: lopen,…

OCHTENDBRIEF

Het voetbalnieuws van de dag, om 7 uur in je inbox. Niets anders.

Hoogtepunten van de nacht, wat de transfermarkt doet, en het ene stuk dat je vandaag moet lezen. Geen ads. Geen tips. Geen operators.

Eenmalig afmelden. We delen je e-mailadres niet.